headerfoto grensroute

Fietsen langs de Dodendraad

tekst en foto's stefan maas

Langs de Belgisch-Nederlandse grens liep in de Eerste Wereldoorlog de Dodendraad, een lugubere versperring die vele slachtoffers maakte. Deze ‘draad’ is ook het thema van de nieuwe Grensroute tussen het Drielandenpunt en grenspaal 369 bij de Noordzee.

De Dodendraad? Het klinkt als de titel van een oorlogsfilm in zwart-wit, maar ik had er nog nooit van gehoord. In ieder geval niet voordat in 2019 de Vlaamse organisatie Grote Routepaden (GR) de Grensroute lanceerde op de Fiets en Wandelbeurs in Gent. Ongetwijfeld had dat te maken met mijn roots. Ik ben van ‘de andere zijde van den draad’, van de Nederlandse kant dus die in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef. En als gevolg daarvan is er in het land van tulpen, polders en molens veel minder aandacht voor De Groote Oorlog.

Maar toch blijft het vreemd. Slechts 3 kilometer opgegroeid van ‘de draad’, in het Zeeuws-Vlaamse Hulst. Nabije dorpjes aan de grens als Clinge (NL) / De Klinge (B) en Koewacht werden door de versperring in tweeën gespleten. Ongetwijfeld moeten er plaatselijke boeren, Belgische oorlogsvrijwilligers, smokkelaars, deserteurs en andere lui zijn omgekomen bij het passeren van de grens. Maar daar werd nooit met een woord over gerept.

infobord langs de grensroute

2000 volt

De Dodendraad bleek een massamoordenaar. 2000 volt hadden de Duitsers op de versperring gezet. Oude zwart-witfoto’s tonen arme drommels die erin verstrikt waren geraakt. ‘Hun lichaam was vaak helemaal verkoold, waardoor ledematen er gewoon vanaf vielen’, lees ik op een van de borden die bij een Dodendraad-reconstructie staat.

En de fietsgids van Grote Routepaden geeft nog een andere verklaring waarom het dodental zo hoog – boven de duizend – opliep. De mensen van de grensstreek hadden in die tijd vaak nog geen elektra en waren niet goed bekend met de gevaren ervan. De gids vermeldt zelfs dat er een gerucht de ronde deed ‘dat je eerst voorzichtig met je vlakke hand moest voelen of wel stroom op de draad stond’. Waarschijnlijk werd dat fabeltje in de praktijk heel snel ontkracht.

‘Er zal wel niets meer van de Draad te zien zijn’, dacht ik eerst. Een fietsroute rond een thema dat in de fysieke wereld niet meer bestaat, het is alsof je op een tweewieler spoken of schimmen najaagt. Ik was echter lang niet meer in de grensstreek geweest. Er zijn de afgelopen jaren maar liefst 26 reconstructies van de Draad gerealiseerd, waar de Grensroute zoveel mogelijk langsloopt. En gelukkig kun je nu wel met een gerust hart je hand op de draad leggen.

collage van drielandenpunt

Drielandenpunt

Een orkest op het Drielandenpunt zet de eerste akkoorden in als ik de eerste meters wegtrapt, op weg naar eindpunt grenspaal 369, 540 km verderop. Ik beland vrijwel direct in uitgestrekte bosgebieden met leuke onverharde paadjes die je langs mooie vergezichten voeren. Leer je eigen land kennen! Dat was me in 55 jaar nog niet helemaal gelukt. Talloze malen had ik hier in de buurt rondgefietst als lid van het legioen wielrijders dat op mooie zondagen Zuid-Limburg bezoekt, maar deze paadjes waren toen letterlijk uit het zicht gebleven.

Natuurlijk is het draaien en keren in Zuid-Limburg en de Voerstreek. Wielrenners in de Amstel Gold Race raken volledig gedesoriënteerd van dat gekronkel. Ze hebben vaak geen flauw idee meer hoe ze bij hun hotel moeten komen. Mijn gps is mijn houvast, gecombineerd met de bordjes van de routenetwerken, want de hele Grensroute loopt over de befaamde knooppuntnetwerken.

man met fiets bij veerpont over de Maas

Fietsparadijs Limburg

Ook zonder draad of duidelijke grensmarkeringen is de route heerlijk afwisselend. Wat dromerig dwaal ik door het landschap langs de traag stromende Maas. Met een pontje heen en weer over dat kwispelende blauwe lint: het is een must voor wie er zonder haast langsfietst. Iets verder van de rivier ligt het fietsparadijs Belgisch Limburg: met tal van paadjes die door schemerige bossen kronkelen.

De sterren flonkeren ‘s nachts boven een bivakzone in Belgisch Limburg. Het is een grote open cirkel in een bos, voorzien van houten buiten-wc, een houten plateau én een waterpomp. Als ik de wc-deur open, schiet er juist een muis weg. Dan krijg ik door dat dit blijkbaar het Jaar van de Muis is. Overal in het bos is er geritsel, en dat wordt niet veroorzaakt door vogeltjes of wezels. In de schemer worden de muizenbeesten brutaler, ze rennen over het houten plateau. Desondanks blijf ik niet lang wakker. De slaap overmeestert me; laat die muizen maar dansen.

Voorzijde Achelse Kluis in België

Achelse Kluis

Véél paadjes door droge naaldbossen dienen zich de volgende dag aan. Ik ben op weg naar een echt baken langs deze route, de Achelse Kluis. Talloze malen was ik langs dit klooster gefietst en tal van keren ben ik niet ver van de Kluis gaan hardlopen. Soms spotte ik monniken in pijen die over de heide wandelden. Het religieuze bouwwerk trekt als een magneet Genuss-radfahrer aan, die zich daar laven aan het plaatselijke trappistenbier.

De Eerste Wereldoorlog liet het klooster niet ongemoeid. Via een gat in de kloostermuur liep de Dodendraad dwars door de kloostertuin. De paters en broeders leefden aan de Nederlandse kant van de grens en moesten een document ondertekenen waarbij ze verklaarden geen voorwerpen over de draad te zullen werpen en niet met mensen aan de andere kant te zullen spreken. De Achelse Kluis voldoet overigens aan mijn verwachtingspatroon: het terras zit behoorlijk vol met fietsers en het trappistenbier smaakt weer goddelijk.

collage van drie beelden grensroute
Met de klok mee: het kanaal Dessel-Schoten, het Bels Lijntje en beeld vanuit een uitkijktoren langs dat lijntje

Grensgebieden

De tocht gaat verder, diverse Grensroute-hoogtepuntjes passeren de revue. Het Bels Lijntje, een voormalige spoorlijn die omgetoverd is tot fietspad. De Belgische enclave Baarle-Hertog. En wat te denken van de Wortel-kolonie, een natuurrijk gebied met bossen, akkers, vennen, heide en graslanden. In de 19e eeuw gingen hier noodlijdende families en landlopers aan de slag. Ze ontgonnen woeste gronden onder toeziend oog van de Maatschappij van Weldadigheid. Het boerenleven moest deze verschoppelingen op het rechte pad brengen. Maar de landlopers bleken geen goede boeren te zijn: het project was in 1842 failliet.

Later kocht de Belgische Staat de domeinen Wortel en Merksplas en wederom werden er landlopers te werk gesteld om de terreinen te onderhouden. Toen de Belgische overheid in 1993 de wet op de landloperij afschafte, vertrokken de meeste landlopers, maar de witte gevangenisgebouwen waarin ze verbleven staan er nog steeds. Zowel België als Nederland heeft een aanvraag bij de UNESCO ingediend om de voormalige Koloniën van Weldadigheid, waar de Wortel-kolonie toe behoort, op te nemen in zijn werelderfgoedlijst.

collage spookdorp Doel

Spookstad achter de haven

Krijsende meeuwen, herrie van machines en grote schepen die de Schelde overvaren. Het schouwspel in de Haven van Antwerpen is indrukwekkend. Dit is een wereld van reuzen. Gelukkig zijn er vrijliggende fietspaden aangelegd, zodat je geen last hebt van de stroom langsrazende vrachtwagens.

Het lijkt uren te duren om de haven te doorkruisen. Bij Lillo brengt de Antwerpse waterbus me naar Fort Liefkenshoek aan de overkant van de Schelde. Opnieuw kom ik terecht in een wereld van enorme fabriekshallen en vrachtwagens. Tot Doel zich aandient. Een merkwaardige spookstad in de schaduw van de lokale kerncentrale, die regelmatig het nieuws haalt vanwege mankementen.

Graffitispuiters hebben de verlaten huizen beklad. Afgezien van een handjevol bewoners zijn de meeste dorpelingen vertrokken vanwege de uitbreidingsplannen van de Antwerpse haven. De haven dreigde Doel op te slokken, maar vreemd genoeg is dat tot nu toe niet gebeurd. Het resultaat is een soort Tsjernobyl, maar dan zonder dodelijke straling. Uiteraard hebben ‘ramptoeristen’ deze plek ontdekt. Er zijn allerlei excursies. De twee cafés van Doel zijn ongetwijfeld volledig afhankelijk van het spookstadtoerisme.

verlaten huis in de Hedwigepolder

Zeeuws dna

Even buiten Doel stuit ik opnieuw op verlaten huizen. Daarna volgt een verlaten polder, met gebarricadeerde wegen en wederom verlaten huizen. Het is de Hedwigepolder in Nederland en de Prosperpolder in Vlaanderen, die teruggegeven worden aan de natuur. De Schelde kan hier straks binnendringen bij hoog water in het kader van natuurcompensatie. Schorren en slikken zullen het landschap gaan bepalen. Natuurlijk zit dit veel Zeeuwen dwars. Vrijwillig land laten overstromen, dat zit niet in hun dna.

Even verderop ligt het Verdronken Land van Saeftinghe, een buitendijks getijdengebied met schorren en slikken, geulen en veel vogels. ‘Dit gebied geeft je een beeld van het Zeeuwse oerland, waar geleefd werd op het ritme van het getij’, meldt de GR-gids. Ik fiets verder over oude binnendijken, de voormalige frontlinies in de strijd tegen het water zijn nog duidelijk zichtbaar. En waar je ook kijkt, overal heb je een weids uitzicht over de Zeeuwse klei.

collage met Cadzand

Cadzand… here I come

Vestingstad Hulst, de stad van Reynaert de Vos, het Nederlandse Clinge en het Belgische De Klinge, Koewacht en Sas van Gent passeren de revue. Een uitstapje naar horecazaak Dallinga in Sluiskil levert een smakelijke lunch op. Je kunt hier heerlijke Zeeuwse mosselen eten met friet. Tot mijn verbazing is dit kleine fabrieksdorp ook de leverancier van de eerste Nederlandse astronaut: Lodewijk van den Berg. Vóór hij in 1985 110 rondjes om de aarde draaide, was hij overigens al genaturaliseerd tot Amerikaan. Een beeld bij de toegangsweg van het dorp herinnert aan deze Onbekende Nederlander.

Daarna gaat het weer verder door het weidse landschap, via vestingstad Sluis naar de Noordzee. Het Zeeuws-Vlaamse volkslied marcheert daarbij vrolijk door mijn hoofd:

‘Van d'Ee tot Hontenisse
Van Hulst tot aan Cadzand
Dat is ons eigen landje,
Maar deel van Nederland.’

En ook dit lied heeft een link met de Eerste Wereldoorlog. Na afloop van de oorlog wilde België graag dit ‘Nederlandse deel van Vlaanderen’ inlijven. Uit protest tegen de Belgische plannen werd dit strijdlied geschreven, dat nog sporadisch uit Zeeuwse kelen klinkt op feesten en partijen.

Zo klein is dat landje van de Zeeuws-Vlamingen trouwens ook weer niet. Ik zit al dik over de 130 kilometer als het einde van deze fietsdag in zicht komt: grenspaal 369. Het is avond, bij Cadzand zit ik nog even op het strand. ‘s Zomers is dit een Duitse toeristenkolonie. Ooit heb ik er ook vakantie gevierd als klein kind, maar daar is me helemaal niets meer van bijgebleven. De fiets kan nu even uitrusten, het waren vijf mooie fietsdagen. En dankzij de Grensroute heb ik de grensstreek herontdekt.

Info: 
Groteroutepaden.be, gids De Grensroute (€ 18,00 voor niet-leden, € 16,20 voor leden, 180 pag.)