header foto fietsen china

Het Tibet buiten Tibet

tekst en foto's stefan maas

De Chinese overheid heeft geen boodschap aan toeristen die op eigen houtje door Tibet willen reizen. Permits, het verplicht inhuren van een gids, het verplicht boeken van de trip bij een reisbureau: ‘Beijing’ doet er alles aan om independent travellers te weren. Geen zin in al die rompslomp? In de Chinese provincies Qinghai en Sichuan reis je door gebieden die – aldus sommige kenners – meer Tibetaans zijn dan Tibet zelf, en je hebt doorgaans alleen een algemeen China-visum nodig om er komen.

Een jonge pelgrim nodigt me uit voor een kopje thee langs de kant van de weg

Jonge monnik

Wapperende gebedsvlaggetjes, monniken, kloosters die de vernietigingsdrift van de communisten hebben overleefd en pelgrims langs de kant van de weg: je komt het in die provincies allemaal tegen. Niet het portret van Mao of een andere Chinese icoon siert vele huiskamers op het platteland, maar de beeltenis van de Dalai Lama. Een jonge monnik nodigt me in gebarentaal uit een klooster te bezoeken en schrikt als ik op het aanbod inga. Rondreizende westerlingen zijn hier op het platteland, ver weg van de bekende toeristische attracties, nog een zeldzame verschijning.

Kleurige kledij

In Huazhixiazen (Qinghai) kijk ik om me heen. Is dit het 21e-eeuwse China? Vrijwel iedereen draagt kleurige Tibetaanse kledij en lijkt van de veeteelt te leven. Verweerde gezichten staren me aan. Iemand wijst naar mijn derailleur. Wat is dat? China staat bekend als een land waar iedereen fietst, maar van een versnellingsapparaat hebben in Huazhixiazen nog nooit gehoord. Als ik even buiten het dorp langs de weg wat uitrust, komt een vrouw uit een nomadentent en slaat met een lepel hard tegen een pan. Die actie komt me ergens bekend voor. Ben ik een fietsende duivel die ze op deze manier wil verjagen?

Ontmoeting met een nieuwsgierige herder in Qinghai

Het ‘echte China’

Zeker weten doe ik het niet, want wekenlang kom ik – afgezien van een monnik – vrijwel niemand tegen die een woordje Engels spreekt tijdens de reis van Goldmud in Qinghai naar Chengdu in Sichuan. Eerst door de woestijn, dan ‘de bergen’ in tot ver boven de 4.000 meter en daarna weer afdalend naar groene valleien. De meeste wegen zijn verrassend goed: ik zoef als een buitenlandse koning over glad asfalt. En de weg vragen hoeft hier gelukkig niet, want er is vaak maar één doorgaande weg in het betreffende gebied.

Pas enkele dagen voor de terugreis, als ik net de laatste hoge pas op mijn route ben gepasseerd en weer terugkeer naar het ‘echte China’, kom ik de eerste buitenlandse toerist tegen. Een stoere Duitse fietser die op weg is naar, jawel, het ‘echte Tibet’. Voor het eerst in vijf weken voer ik weer eens een echt gesprek...

De laatste pas voor Chengdu, het eindpunt van de reis

Info

Ernaartoe
Er zijn rechtstreekse vluchten van Amsterdam naar Chengdu. Vandaar nam ik een binnenlandse vlucht naar Qinghai, om weer terug te fietsen naar Chengdu. Een visum voor het land is noodzakelijk.

Kaarten
Ik maakte gebruik van oude kaarten van het Russische leger. Zie ook: Atlassen.info.

Hoogte
Delen van de gereden route liggen boven de 4.000 meter. Het is raadzaam niet meteen op die hoogte te gaan fietsen, hoogteziekte ligt dan op de loer. De eerste week fietste ik op circa 3.000 meter. De overgang naar 4.000 pakte desondanks nog zwaar uit (lichte hoofdpijn, slecht slapen, benauwdheid). Daarna ging het weer naar beneden en verdwenen deze verschijnselen.

Overnachten
In Chengdu zijn zeker 16 hostels/backpackers voor budget-overnachtingen. Ik verbleef heel comfortabel in Sam Cozy Hotel, meer een gezellig hostel dan een 'echt' hotel. En blijkbaar populair bij Nederlanders, want ik zie nu dat de site van 'Sam' ook een Nederlandstalig deel heeft. Tijdens de fietstrip kampeerde ik 'in het wild'. Dat leverde verder geen problemen op. Tip: neem wel een warme 3- of 4-seizoenenslaapzak mee, want op grote hoogte kan het ook in de zomer 's nachts vriezen.

Lees ook: